Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie verlengd!
Blog
Turboliquidatie is een snelle en eenvoudige manier om een rechtspersoon te ontbinden zonder vereffening, maar juist die eenvoud maakt de regeling kwetsbaar voor misbruik en problematisch voor schuldeisers. Om die risico’s te beperken trad op 15 november 2023 de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in werking. Deze wet beoogt meer openheid, betere rechtsbescherming en een effectievere bestrijding van misbruik. De wet is in navolging van een onderzoek verricht in opdracht van het WODC met twee jaar verlengd.
Twee jaar geleden trad de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in werking (Stb. 2023, 243). Het doel van deze wet is drieledig (zie: Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie (36.172); Memorie van toelichting (TK, 3) - Eerste Kamer der Staten-Generaal):
- het vergroten van de transparantie van de regeling omtrent de turboliquidatie;
- verbetering van de rechtsbescherming van schuldeisers; en
- een effectievere bestrijding van misbruik van turboliquidaties.
Met andere woorden: de wet beoogt de problematiek rondom turboliquidaties aan te pakken.
Turboliquidatie is de benaming voor de snelle ontbindingswijze zoals bedoeld in artikel 2:19 lid 4 BW. Wanneer een rechtspersoon ten tijde van ontbinding geen baten meer heeft, dan houdt deze alsdan op te bestaan. Turboliquidatie verschilt van de ‘reguliere’ ontbinding, doordat in geval van turboliquidatie geen wettelijke vereffeningsfase volgt. Wanneer een ontbindingsbesluit is genomen en daarvan door het bestuur bij de Kamer van Koophandel opgaaf is gedaan, terwijl bij deze opgave wordt aangegeven dat er geen baten meer zijn, betekent dat het einde van de rechtspersoon. Er is niemand die controleert of er daadwerkelijk geen baten meer zijn. Ook was het vóór 15 november 2023 zo dat de turboliquidatie nergens bekend werd gemaakt en dat het bestuur geen financiële informatie over de verdwenen rechtspersoon openbaar hoefde te maken. Daar komt bij dat ten tijde van turboliquidatie wel nog schulden mogen bestaan. Het moge duidelijk zijn dat schuldeisers zich daardoor in een benaderde positie bevonden. Bovendien maakt dit de turboliquidatie fraudegevoelig; een fraudeur hoeft er slechts voor te zorgen dat er geen baten meer zijn, en kan vervolgens de rechtspersoon – met schulden – laten verdwijnen.
Met het oog hierop heeft de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie voor het bestuur van een turbogeliquideerde rechtspersoon in artikel 2:19b BW een verantwoordings- en bekendmakingsplicht in het leven geroepen. Op grond van het eerste lid dient het bestuur binnen veertien werkdagen na turboliquidatie de volgende stukken te deponeren bij het Handelsregister:
1. een balans en een staat van baten en lasten met betrekking tot het boekjaar waarin de rechtspersoon is ontbonden en het voorgaande boekjaar als er op het moment van ontbinding over dat jaar nog geen jaarrekening openbaar is gemaakt;
2. een beschrijving van
- de oorzaak van het ontbreken van baten op het tijdstip van de ontbinding;
- indien aan de orde, de wijze waarop de baten van de rechtspersoon te gelde zijn gemaakt en de opbrengsten zijn verdeeld; en
- indien aan de orde, de redenen waarom een schuldeiser of schuldeisers geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven;
3. de jaarrekeningen inzake de boekjaren die vooraf zijn gegaan aan het boekjaar waarin de rechtspersoon is ontbonden, indien daarvoor op grond van art. 2:394 lid 3 BW een plicht tot openbaarmaking bestaat waar nog niet aan is voldaan, in voorkomend geval inclusief de accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:393 lid 5 BW.
Het tweede lid van artikel 2:19b BW bevat de bekendmakingsplicht: het bestuur dient onverwijld (zo snel mogelijk en zonder onnodige vertraging) nadat de deponeringen als bedoeld in het eerste lid zijn gedaan, daarvan schriftelijk mededeling te doen aan de schuldeisers van de desbetreffende rechtspersoon.
Ook is een wettelijke grond voor een civielrechtelijk bestuursverbod in Boek 2 BW opgenomen en wel in artikel 2:19c BW. Op grond hiervan kan het Openbaar Ministerie in geval van turboliquidatie een civielrechtelijk bestuursverbod verzoeken indien:
- de bestuurder niet heeft voldaan aan de verantwoordingsplicht van artikel 2:19b lid 1 BW;
- de bestuurder doelbewust namens de rechtspersoon handelingen heeft verricht of nagelaten, waardoor één of meer schuldeisers aanmerkelijk zijn benadeeld; of
- in de twee daaraan voorafgaande jaren de bestuurder, hetzij als zodanig, hetzij als natuurlijk persoon handelend in de uitoefening van een beroep of bedrijf, ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement van een rechtspersoon of bij een turboliquidatie, en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft.
Het civielrechtelijk bestuursverbod kan door de rechtbank voor de duur van maximaal vijf jaren worden opgelegd. In die tijdsperiode mag de bestuurder niet tot bestuurder of commissaris van een rechtspersoon worden benoemd. Een benoeming in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig.
Ik heb eerder betoogd dat de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie voor schuldeisers niet meer is dan een doekje voor het bloeden. Wat betreft het daadwerkelijk voorkomen of beperken van misbruik blijft de wet mijns inziens een lege huls. Turboliquideren terwijl er nog schulden bestaan, is immers nog steeds mogelijk en er wordt nog altijd feitelijk vereffend voordat de turboliquidatie plaatsvindt. De verantwoordings- en bekendmakingspslicht verhelpen dat niet. In opdracht van het WODC is eerder dit jaar een onderzoek verricht naar de werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie. Uit het onderzoeksrapport volgt dat de verantwoordings- en bekendmakingsplicht in de praktijk niet altijd worden nageleefd en dat als gevolg daarvan de beoogde transparantie bij turboliquidaties ook niet altijd wordt bereikt (zie: De werking van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie). Bovendien is de conclusie dat de rechtspositie van de schuldeisers slechts in beperkte mate wordt verbeterd, terwijl de wet in mindere mate lijkt bij te dragen aan de bestrijding van misbruik. De onderzoekers adviseren om de wet in ieder geval te verlengen, nu de huidige looptijd in beginsel beperkt is tot twee jaren. Hiertoe is de minister ook overgegaan: de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie loopt nu tot 15 november 2027 (Stb. 2025/215). Tevens bevelen de onderzoekers aan om, na deze verlenging, een structurele wettelijke regeling voor turboliquidatie uit te werken, waarin op onderdelen wijzigingen ten opzichte van de Tijdelijke wet worden doorgevoerd. Of de minister hiertoe daadwerkelijk zal overgaan, en in welke vorm dat zal gebeuren, blijft vooralsnog onzeker.
Wordt vervolgd!
Keywords
Auteur(s)

is universitair hoofddocent Ondernemings- en Insolventierecht aan Maastricht University, Visiting Assistant Professor aan de China European Union School of Law, Beiijng