Surseance als aandeelhouders-friendly alternatief ten opzichte van de WHOA vanwege eigen homologatiecriteria?
Rechtsvraag
Wordt de hoogte van het (on)gedekte deel van een gesecureerde vordering bepaald door de liquidatiewaarde of going concern waarde? Is er sprake van een schending van de rangorde als de aandeelhouders na homologatie van een surseance-akkoord 'blijven zitten' (welke schending homologatie kan belemmeren)?
In het kort
De Rechtbank Den Haag oordeelt bij de homologatie van een surseance-akkoord dat de WHOA-homologatiecriteria niet van toepassing zijn. Een schuldenaar heeft immers de vrijheid te kiezen uit de herstructureringsmogelijkheden die de wet hem biedt. In surseance mogen aandeelhouders en financiers met onderdekking op hun gesecureerde vordering de marktwaarde hanteren in plaat...
Voor het lezen van dit artikel is een abonnement nodig. Login of vraag een abonnement aan.
Geen abonnement?
Dank voor uw bezoek! Als bezoeker van HERO kunt u onze blogs en wetenschappelijke artikelen inzien, alsmede een indruk krijgen van de noten en praktijkgerichte artikelen. Om alles in te kunnen zien dient u zich als abonnee aan te melden. Der eerste zes weken is nu bovendien gratis kennismaking.
Neem een abonnementVindplaatsen
Auteur(s)

