02 Jun 2025
noot

Stille verpanding van toekomstige vorderingen uit bestendige handelsrelaties

Rechtsvraag

Wanneer kunnen vorderingen worden aangemerkt als rechtstreeks voortvloeiend uit een bestaande rechtsverhouding ex artikel 3:239 BW?

In het kort

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, oordeelt in deze uitspraak van 2 april 2025 (ECLI:NL:RBZWB:2025:2169) dat hier sprake is van een (na de laatste verpanding ontstane) vordering die rechtstreeks voortvloeit uit een voor het moment van deze verpanding reeds bestaande rechtsverhouding. Daarom zouden deze vorderingen die dus eerst na verpanding zijn ontstaan...

Voor het lezen van dit artikel is een abonnement nodig. Login of vraag een abonnement aan.

Inloggen

Mandatory field
Mandatory field
Wachtwoord vergeten?

Geen abonnement?

Dank voor uw bezoek! Als bezoeker van HERO kunt u onze blogs en wetenschappelijke artikelen inzien, alsmede een indruk krijgen van de noten en praktijkgerichte artikelen. Om alles in te kunnen zien dient u zich als abonnee aan te melden. Der eerste zes weken is nu bovendien gratis kennismaking.

Neem een abonnement

Keywords

Goederenrecht
Pandrecht
Zekerheidsrecht

Vindplaatsen

ECLI:NL:RBZWB:2025:2169
ECLI:NL:GHSHE:2010:BL3519
ECLI:NL:HR:2021:640
ECLI:NL:HR:2004:AP4504

Auteur(s)

Arjan van der Knijff

is advocaat en curator bij Bron Advocaten

LinkedIn