10 Dec 2025
blog

Consultatie van de WHOA: een hinkstapsprong naar een wetswijziging?

Blog

Zo’n vijf jaar na inwerkingtreding van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) heeft de Staatssecretaris Justitie en Veiligheid besloten tot een nieuwe internetconsultatie over dit herstructureringsinstrument. Het WHOA Evaluatierapport uit 2023 vormt de directe aanleiding. In zijn reactie op dit rapport schrijft de staatssecretaris momenteel geen wetswijziging van de WHOA nodig te achten. Dat neemt niet weg dat hij aanleiding ziet om de praktijk te consulteren op een viertal specifieke onderwerpen: (i) de mogelijkheid van eerdere betrokkenheid van observatoren in een WHOA-traject, (ii) de praktijkervaringen met bankgaranties in WHOA-trajecten, (iii) de bekendheid, en (iv) de bruikbaarheid van de WHOA voor mkb-schuldenaren. Reageren op de consultatie is mogelijk tot 1 maart 2026.

Evaluatierapport WHOA

 

De WHOA, in werking getreden in 2021, biedt ondernemingen met een te zware schuldenlast de mogelijkheid om preventief te herstructureren. In 2023 is de WHOA op onderdelen gewijzigd om deze in lijn te brengen met het preventief herstructureringskader uit de Europese Herstructureringsrichtlijn (2019/1023). Al kent de WHOA daarmee ook een Europese basis, het bracht de Nederlandse rechtspraktijk een nieuw herstructureringsinstrument. Bij amendement heeft de Tweede Kamer in de WHOA opgenomen dat deze wet binnen drie jaar na haar inwerkingtreding dient te worden geëvalueerd. Daarmee werd beoogd inzicht te krijgen of de WHOA doeltreffend is, hoe de WHOA in de praktijk uitwerkt en welke gevolgen het heeft voor met name de positie van de concurrente schuldeisers. Dit dient de wetgever de gelegenheid te geven om tijdig mogelijke onvolkomenheden in de uitwerking van de WHOA te adresseren.

 

Begin 2024 is het in opdracht van het WODC opgestelde WHOA Evaluatierapport gepubliceerd. De onderzoekers, onder leiding van prof. Frank Verstijlen (Rijksuniversiteit Groningen) en prof. Reinout Vriesendorp (Universiteit Leiden), concluderen in het rapport dat ‘de WHOA in het algemeen de doelstelling bereikt om het reorganiserend vermogen van levensvatbare ondernemingen te versterken en daarmee grotendeels werkt zoals door de wetgever is beoogd. […] Tevens lijkt het wettelijk instrumentarium van de WHOA in algemene zin naar behoren te functioneren.’

 

Dit neemt niet weg dat de onderzoekers verschillende aandachtspunten signaleren en tot voorstellen komen om de WHOA op onderdelen te wijzigen. Dit betreft – wat zij noemen – eenvoudige wijzigingsvoorstellen tot onder meer verlaging of afschaffing van de griffierechten en het introduceren van een wettelijke basis voor digitale WHOA-zittingen. Daarnaast zijn er ook diverse verdergaande wijzigingsvoorstellen die betrekking hebben op bijvoorbeeld (i) het moment waarop een observator kan worden aangesteld in WHOA-trajecten waar sprake is van een cross-class cram-down, (ii) de mate van schuldeisersbescherming, maar ook (iii) de gevolgen van de WHOA voor afgegeven (bank)garanties. Ten slotte doen de onderzoekers enkele suggesties om de WHOA meer toegankelijk te maken voor mkb-schuldenaren – met name het kleinbedrijf – en om de rolinvulling van zowel de herstructureringsdeskundige als de observator nader vorm te laten krijgen.

 

Tegelijkertijd – zoals de onderzoekers in het WHOA Evaluatierapport ook opmerken – is de evaluatie relatief vroeg geweest om in beeld te krijgen hoe de WHOA in de praktijk uitwerkt. De rechtspraktijk heeft ten tijde van het doen van de evalutie slechts zo’n 2,5 jaar ervaring opgedaan. Het is daarmee de vraag of knelpunten met de WHOA al voldoende naar voren komen in de eerste evaluatie. Illustrerend daarvoor is onder meer dat de WHOA-praktijk zich vanaf de tweede helft van 2023 juist heeft gekenmerkt door meerdere internationale herstructureringen waarin (mede) gebruik is gemaakt van een WHOA-traject. De onderzoekers benadrukken dan ook het belang van een latere hernieuwde evaluatie van de WHOA.

 

De staatssecretaris reageert …

 

Een kleine twee jaar nadat de evaluatie is afgerond heeft de staatssecretaris in november 2025 zijn eerste inhoudelijke reactie aan de Tweede Kamer gestuurd. De staatssecretaris overweegt dat gelet op de al genomen acties ‘en het feit dat de wetsevaluatie relatief vroeg na de inwerkingtreding heeft plaatsgevonden en het recht aldus tijd nodig heeft zich verder in de (rechts)praktijk te ontwikkelen en uit te kristalliseren’ er nog geen aanleiding is om tot een wetswijziging over te gaan.

 

De staatssecretaris moet worden meegeven dat er inderdaad al verschillende stappen zijn of worden gezet die aansluiten op aanbevelingen uit het WHOA Evaluatierapport. Bijvoorbeeld de wijziging van de Wet griffierechten burgerlijke zaken per 1 juli 2025 waardoor onder meer de griffierechten bij een homologatie- en/of afwijzingsverzoek aanzienlijk zijn verlaagd. Tevens wordt een wetsvoorstel voorbereid dat digitale behandeling van onder meer WHOA-trajecten wettelijk regelt. Op andere terreinen zijn nog geen stappen gezet voor een wetswijziging. Uit de appreciatie bij de afzonderlijke onderzoeksaanbevelingen volgt dat dit vooralsnog niet nodig is omdat (i) deze vragen in de rechtspraak kunnen uitkristalliseren, (ii) afstemming volgt met andere bewindspersonen, (iii) het aan de praktijk is, of (iv) dat eerste de praktijk dient te worden geconsulteerd. Daarmee is de staatssecretaris terughoudender dan de onderzoekers die op basis van het onderzoek wel concreet het nemen van verschillende acties nodig achten, waaronder aanpassing van de WHOA of het doen nader onderzoek.

 

… en gaat over tot een internetconsultatie

 

Al ziet de staatssecretaris op dit moment geen aanleiding tot een verdere wetswijziging, de evaluatie roept wel vragen op. Het brengt de staatssecretaris tot een tussenstap: de staatssecretaris kiest voor een beperkte internetconsultatie van de (rechts)praktijk. Voordat tot vervolgstappen wordt besloten vraagt de staatssecretaris op vier specifieke punten de praktijk via een consultatie om inbreng:

  • In hoeverre kan de observator eerder in de procedure worden benoemd, zonder dat daarbij de benodigde snelheid van de WHOA-procedure verloren gaat?
  • Hoe heeft de praktijk zich ontwikkeld ten aanzien van de bankgarantie onder de WHOA?
  • Hoe kan de WHOA meer bekendheid krijgen, met name voor het MKB?
  • Hoe kan de bruikbaarheid van de WHOA verder worden verbeterd, met name voor het MKB?

 

Tot besluit

 

Het moet worden opgemerkt dat de consultatieonderwerpen deels al tijdens de behandeling van de WHOA in de Tweede Kamer, maar vooral ook in de praktijk en de literatuur onder de aandacht zijn gekomen. Op basis van het WHOA Evaluatierapport concludeert de staatssecretaris dat hierover nog geen eenduidig beeld bestaat of dat inzicht nodig uit de meer recente WHOA-praktijk. Al is het de vraag of een consultatie hierop het antwoord zal kunnen geven, het biedt een laagdrempelige route om breed inzichten uit de rechtsprakijk op te halen en en daarmee een meer recent beeld van de WHOA-praktijk te verkrijgen.

Belangstellenden kunnen tot 1 maart 2026 reageren op de consultatievragen. Tegen die tijd heeft mogelijk de dan vierde bewindspersoon sinds de aanbieding van het WHOA Evaluatierapport in december 2023 – op basis van de consultatiereacties – de mogelijkheid te besluiten over wat de vervolgstappen worden.

 

De auteur is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het WHOA Evaluatierapport.

Keywords

Consultatie
Herstructurering
Mkb
WHOA

Auteur(s)

Gert-Jan Boon

is a Researcher and Lecturer at Leiden University (the Netherlands).

LinkedIn