Faillissement uitgesproken: steunvorderingen summierlijk gebleken uit gedateerde jaarrekeningen
Blog
De Belastingdienst heeft structureel meer werkaanbod dan capaciteit in de invordering. Staatssecretaris Eerenberg informeerde de Tweede Kamer in maart dat de Belastingdienst daarom prioriteit geeft aan inkomende verzoeken, zoals voor uitstel van betaling en kwijtschelding. Toch vraagt de Ontvanger van de Belastingdienst af en toe weer faillissementen aan. Zo sprak de Rechtbank Amsterdam op 20 maart het faillissement uit van een onderneming die al enkele jaren niet meer actief was.
Achtergrond
De Ontvanger vroeg het faillissement aan vanwege een belastingschuld van € 439.000. De steunvordering bleek echter vlak voor de zitting voldaan. Een andere schuld, een boete van de ACM van € 433.000 vanwege oneerlijke handelspraktijken, kan daarnaast op grond van Hoge Raad 26 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1988, niet als steunvordering dienen. Zowel de Belastingdienst als de ACM zijn onderdeel van de rechtspersoon de Staat en gelden daarom als dezelfde schuldeiser.
Tijdens de zitting beriep de Ontvanger zich er vervolgens op dat er aanzienlijke vorderingen blijken uit de laatst gedeponeerde jaarstukken van 2021. De schuldeiser die zich beroept op steunvorderingen uit gedateerde jaarrekeningen neemt een risico. Zo oordeelde het Gerechtshof Leeuwarden in 2012 dat de situatie ‘ex nunc’ wordt getoetst en dat jaarrekeningen van 2 tot 4 jaar oud niet kunnen dienen ter onderbouwing dat er ‘ex nunc’ vorderingen onbetaald worden gelaten. De Rechtbank Den Haag oordeelde verder in 2024 dat een vermelding van schulden in een jaarrekening geen dwingend bewijs oplevert van het bestaan van die vordering.
De drempel van dwingend bewijs geldt echter niet in een faillissementsprocedure. De wetgever heeft met het vereiste van 'summierlijk blijken' bewust een lagere drempel gesteld: de aanvragende schuldeiser hoeft niet aan de gewone bewijsregels van het civiele recht te voldoen. Na een kort en eenvoudig onderzoek moet voor de rechter voldoende komen vast te staan dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen én dat de steunvordering bestaat. De rechter heeft daarbij grote vrijheid in de waardering van wat ter zitting naar voren komt (vgl. conclusie A-G Lückers, 26 juni 2020).
Deze onderneming had na 2021 geen jaarrekeningen meer gedeponeerd én geen belastingaangiften meer gedaan. Volgens de Ontvanger is het daarom niet aannemelijk dat de schulden – die tegen de € 11 miljoen belopen – na die periode voldaan zijn.
De onderneming kreeg van de rechter twee weken de tijd om aan te tonen dat de schulden wél voldaan zijn. Hiervoor overlegde zij een jaarrekening over 2023. Uit die jaarrekening bleek dat er per eind 2022 bijna € 20 miljoen aan schulden waren, maar die zijn per eind 2023 allemaal verdwenen. Zo zouden intercompanyvorderingen zijn verjaard, omdat er een verjaringstermijn van één jaar zou zijn afgesproken. Ook de miljoenen aan handelscrediteuren zouden volgens de onderneming met name intercompanyvorderingen zijn, die zijn betaald, verrekend of verjaard.
De rechtbank komt tot het oordeel dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de vorderingen zijn voldaan. Zeker gezien de ongebruikelijke verjaringstermijn lag het op de weg van de onderneming om dit nader met stukken te onderbouwen. Nu dat niet is gebeurd, is summierlijk gebleken van het bestaan van een steunvordering. Ook aan de andere voorwaarden voor het uitspreken van het faillissement is voldaan.
Energiecowboy
Televisieprogramma Radar meldt op zijn website dat de failliet Global Marketing Bridge (GMB) betreft, die door Radar ook wel 'energiecowboy' wordt genoemd. Het programma heeft meerdere malen aandacht besteed aan de agressieve telefonische verkoop van energiecontracten door GBM. Radar weet daarbij te melden dat GBM € 1.650.000 coronasteun ontving in 2022, ondanks een recordomzet in dat jaar.
De ondernemer achter GBM is volgens Radar ook betrokken bij het faillissement van de Hollandse Energie Maatschappij eind 2024.
Tegen het uitgesproken faillissement is door GBM hoger beroep ingesteld.
Keywords
Auteur(s)
